Even
bellen met…Christian Mensink
‘Op de
kermis ben ik er’
Alle vrijwilligers
zijn ons dierbaar en dat geldt helemaal voor Christian Mensink (20). De Kermiskrant belde met Pinksteren naar huize Mensink. Daar
meldt Eerhard dat de dokters al spreken over eindcontroles. ‘Dat klinkt mij wel
goed in de oren. Maar wil je Christian zelf even?’
Wat
horen we nou Christian? Je bent thuis!
‘Ja. Dat mocht ook wel een keertje. Ik was zes
maanden weg.’
Hoe gaat
het met je?
‘Het gaat de goede kant op. Ik vind het
hartstikke mooi om weer in Broekland te zijn.’
Je moest
van ver komen hè?
‘Ja. Tijdens de kerst kreeg ik longbloedingen.
Toen ging het echt niet goed. Ik moest met de ambulance van het ziekenhuis in
Deventer naar het UMCG in Groningen. Daar hebben ze alle vaten dichtgemaakt die
ze konden dichten, maar niet alle bloedingen konden ze stelpen. Nou stond ik al
op de lijst voor een donorlong, maar toen kreeg ik een hoge urgentie. De eerste
de beste long die binnen kwam, was voor mij.’
Duurde
dat lang?
‘Drie weken. Op 18 januari was er een
donorlong. Die longtransplantatie was een zware operatie. Op zich ging het goed,
maar daarna traden complicaties op. Ik ontwaakte niet uit mijn narcose omdat
mijn lever niet goed meer functioneerde. De narcose-stoffen werden niet
afgebroken. Toen kreeg ik dus ook nog een nieuwe lever. Niks van meegekregen.
Toen niet tenminste.’
Zo, jij
bent echt door de molen gehaald.
‘Zeg dat wel. Ik ben half vernieuwd. Nee, de
Cystic Fibrosis verdwijnt niet door de transplantaties. Dat kan niet. Mijn
longen functioneren nu goed, maar in de rest van mij lichaam houd ik altijd
last van de taaislijmziekte. Maar de longen gaven altijd de meeste problemen en
dat gaat dus veel beter.’
Hoe was
het daar in Groningen?
‘Wisselend Ik lag 76 dagen op de intensive
care. Dat was écht niet leuk. Daarna was het veel beter. Maar het is prachtig
om naar huis te mogen. Vandaag hebben we een barbecue aangestoken en een flink
stuk rondgereden in de auto. Ik wilde wel weer eens zien hoe Broekland er bij
lag. Ik had het al zo lang niet meer gezien.’
Hey, op
19 juli begint de kermis…
‘Daar ben ik bij. Ik weet nog niet precies
wanneer ik uit het ziekenhuis wordt ontslagen. Dat zal nog wel evenduren. Maar
de kermis ga ik halen. Ik zit in de tentcommissie. Allerlei klusjes doe ik, van
alles wat. Ik weet niet precies hoe dat dit jaar gaat, maar ik ben in het
dorp.’
Klasse.
Dan zien we elkaar op de kermis.
‘Zeker weten. Tot dan.

